donderdag 31 oktober 2013

Honderdjarige oud-strijders van 1830

Laatste update: 19-07-2016

Laatste honderdjarige strijders uit 1830 en Leopoldisten


Onlusten aan huis Libry-Bagnano op 25 augustus 1830
Verzamelde menigte aan het huis van
Libry-Bagnano (1780-1836)
op 25 augustus 1830
Le Patriote Illustré 03-08-1930
De Belgen waren in 1829, de Hollandse regeringsvormen meer dan moe en werden door hen dan ook hatelijk en op misprijzen veroordeeld. Bovendien waren alle ministers Hollanders en bleef koning Willem I bij de steeds maar groter worden groeiende ontevredenheid der Belgen, onverschillig.

Tot puin herleide verblijf van justitieminister Cornelius Felix Van Maanen op 26 augustus 1830
Het in brand gestoken en tot puin herleide hotel
van justieminister Cornelis Felix Van Maanen
(1769-1846) op 26 augustus 1830
Le patriote Illustré 03-08-1930
Kwam daar nog bij, dat het leger in 1830 nog voordat de onlusten zouden uitbreken, men 2.000 Hollandse tegen maar 170 Belgische officieren kende.


Strijdlustige taferelen op de Grote Markt van Brussel op 26 augustus 1830
Woelige taferelen op de Grote Markt
van Brussel op 26 augustus 1830
Le patriote Illustré 03-08-1930
Toen op 24 augustus 1830 de verjaardag van koning Willem I met een vuurwerk en bijhorend feest zijn verloop kende, brak daags nadien, op 25 augustus 1830 tijdens de toneelopvoering van "La Muette de Portici" de onlusten uit. Wat toen volgde was de complete chaos.


Hollandse troepen leveren slag in de Vlaamse Steenweg op 23 september 1830
Hollandse troepen in de Vlaamse Steenweg
op donderdag 23 september 1830
Le patriote Illustré 28-09-1930
Tijdens de woelige semptemberdagen van 1830 werden tijdens de straatgevechten, 520 Hollanders gedood, 830 werden er gewond en 450 werden krijgsgevangen genomen en in de Brusselse brandweerkazerne bewaakt.

Hollandse troepen nabij de Naamse Poort op 23 september 1830
Hollandse troepen doen hun intrede
op donderdag 23 september 1830
nabij de Naamse Poort
Le patriote Illustré 28-09-1930

Van langs Belgische zijde kwamen er 450 vrijwilligers om het leven en telde men 1270 gekwetsten. Op het Martelarenplein te Brussel vind men alle namen van de gesneuvelden terug. Tussen al deze vrijwillige-strijders zaten er enkele tussen, die de eeuwgrens zouden overschrijden:


Ontvluchte gevangenen, oog in oog met de Hollanders in de Leuvenstraat
Hollandse troepen oog in oog met gevangenen
in de Leuvensestraat
Le patriote Illustré 07-09-1930

De 100-jarige oud-strijders


Een zekere Dangotte, die in juni 1800 werd geboren, diende tijdens de woelige septemberdagen van 1830 in de garnizoenen van Maastricht, Roermond en Venlo. Hij, werd als honderdjarige te Les-Boscailles dhuy gevierd.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes
Philippe Demoulin
1809-1912
Philippe Demoulin, was van geboorte afkomstig uit het Henegouwse Feluy-Arquennes, waar hij binnen een landbouwersfamilie het levenslicht zag op 28 december 1809. Hij groeide er op in de ouderlijke hoeve "Grande Peine", die door zijn vader was gebouwd. Zijn jaren voltrokken zich onder de Franse overheersing en Hollands Bewind en hij was eigenlijk een Fransman en Hollander in die tijd.

Op 25 mei 1828, tekent Philippe een dienstverbintenis aan voor vijf jaar bij de artilleriedivise en krijgt stamnummer 3927 toegewezen. Wanneer in 1830 de onlusten uitbreken, wordt er slag geleverd in het Brussels park met de Hollandse troepen. De Belgen waren immers de onderdrukking meer dan moe.

Philippe verbleef er in de kazerne van het " 't Klein Kasteeltje" en verlaat er op 21 maart 1836 het leger. Hij wordt er bij de reserve eenheden opgenomen en gaat effectief met verlof op 28 februari 1838.

Volgens geschreven bronnen, sprak Philippe liever over de gebeurtenissen van 1815 dan over deze van 1830. hij herinnerde zich als zesjarige knaap, waneer de legers van Napoleon langs Feluy-Arquennes doortrokken, zich halt hielden op de hoeve van zijn vader. Ruiters zetten hem dan in hun zadel en reden met de kleine Philippe door de velden.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes voor zijn café
Philippe Demoulin doet
zijn opwachting voor zijn café
Wanneer Philippe eenmaal teruggekeerd was naar zijn woonplaats en naar zijn echtgenote Joachime Wauthmy, waarmee hij elf kinderen had, opende hij er het café "Du Stade" en zou er gans zijn leven blijven wonen. Op 95-jarige leeftijd las hij nog zonder bril. Daarenboven bleek hij over een ijzeren maag te beschikken. Bovendien was Philippe een verstokte pijproker, want de een volgde de andere op. Zelfs kort voor zijn overlijden vroeg hij nog om zijn pijp.

Wanneer Koning Albert I, op 16 januari 1912 een bezoek aan de voormalige oud-strijder, die gediend had onder Koning Leopold I en Koning Leopold II wou brengen, stuurde hij zijn secretaris Godefroid daags voordien naar Feluy-Arquennes om er de familie daarvan op de hoogte te brengen.

Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes doet zijn opwachting voor zijn café n.a.v. het bezoek van Koning Albert I, dat plaatsvond op 16 februari 1912
Philippe Demoulin
ontvangt Koning Albert I
op 16 februari 1912
De secretaris werd er in de herberg persoonlijk ontvangen. Drie dochters van Philippe, stonden hun hoogbejaarde vader bij en luisterden naar de koninklijke secretaris. De Koning zou in eigen en persoonlijke naam aan de hoogbejaarde oud-strijder een foto zou komen overhandigen. De secretaris, had alle moeite om Philippe te overtuigen.

Het koninklijke voertuig hield halt aan de nederige woning-herberg van Philippe Demoulin, die zich in zijn oorspronkelijke klederdracht van strijder uit 1830 had uitgedost, namelijk de blauwe kiel, met versierde muts, geel en zwarte kokarde.

Nederig stond hij gebogen in het bijzijn van zijn vier dochters, drie zonen, acht kleinkinderen en zeven achterkleinkinderen. Burgemeester François (Joseph) Deladrière, pastoor Delhaye, gewezen schepen Aimé Rousseau en andere personaliteiten samen met de veldwachten stonden de honderdjarige bij.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes met een dochter naast de foto van Koning Albert I
Philippe Demoulin met een dochter.
Koning Albert I, liep met open armen naar zijn roemrijke landgenoot, waarbij een langdurige en warme omhelzing plaatsvond. Bij het binnentreden van de achterkamer stond de champagne klaar op het schenkblad. De koning weigerde eerst, maar stemde uiteindelijk toe na aandringen van zijn oud-soldaat en strijder.

Tijdens het gesprek maakte Philippe aan koning Albert I duidelijk, dat hij geheel zijn leven aan zijn Vaderland was toegewijd en verwoordde het als volgt:"...ik heb onder Napoleon I, Willem I, Leopold I, Leopold II en Albrecht I gestreden en gediend; ik was officieel Fransman, Hollander en uiteindelijk Belg, maar heb mij nooit anders dan Belg gevoeld".


Begrafenisplechtigheid van Philippe Demoulin in februari 1912
Begrafenisplechtigheid
Philippe Demoulin
La Dernière Heure 25-02-1912
Er werd geklonken op de goede gezondheid, met de wens elkaar nog in de toekomst te mogen ontmoeten. Terwijl de kranige oud-strijder van 1830 in zijn leunstoel zat, overhandigde koning Albert I aan Philippe één van zijn mooiste ingelijste foto's. "Leve de koning": riep de geëmotioneerde Philippe uit", en liet zijn tranen de vrije loop. Het innig gesprek duurde ruim een half uur.



Buste van Philippe Demoulin (1809-1912), dat zich in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschienis te Brussel bevind.
Philippe Demoulin 1809-1912
Le dernier des derniers combattants
de 1830
Koninklijk Museum van het Leger
en de Krijgsgeschiedenis
Kort nadat dit koninklijk gesprek had plaats gevonden, overleed Philippe op 14 februari 1912 in zijn geboortedorp.


Koning Albert I, stuurde bij dit eervol overlijden van Philippe Demoulin een koninklijk telegram aan zijn nazaten en liet zich afvaardigen door kolonel de Moor en kapitein Lattoir. Volgens de pers ging Philippe de geschiedenis in als de langst in leven zijnde "Combattants de 1830", die 102 jaar, 1 maand, 2 weken en 3 dagen oud werd. Achteraf zou blijken, dat dit niet zou kloppen.


Nadat de begrafenis voltrokken was, kwam er kort daarna uit onverwachte hoek een reactie uit de buurt van Virton, waar er nog een honderdjarige oud-strijder in leven was, namelijk Jean-Philippe Lavallé.

Gevechten in het park van Brussel op 25 september 1830
Gevechten binnen het park van Brussel
op 25 september 1830
Le Patriote Illustré 28-09-1930
Gevechten op het hoogste punt van het park van Brussel op 24 september 1830
Gevechten op het hoogste punt van het
park van Brussel op 24 september 1830
Le Patriote Illustré 28-09-1930




 








Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), de oudste 100-jarige combattant van 1830
Jean-Philippe Lavallé
1809-1913
Le Patriote Illustré 16-02-1913
Hij, werd op 4 februari 1809 te Saint-Mard (Virton) geboren. Een andere bron schrijft van Saint-Mard in het département des Forêts in Frankrijk (?). Jean-Philippe was de zoon van Jean-Baptiste Lavallé (1780-1867) en van Marie-Joseph Autelet (°1784). Op 1 mei 1828 vervult hij zijn legerdienst bij het 2é Linieregiment en wordt gekazerneerd op de citadel van Namen. Dit onder het toen nog Hollands Bewind van Willem I.


Belgische patriotten in een kelder in de Koningstraat openen het vuur.
Patriotten verdoken in een kelder in
de Koningstraat en openen het vuur
Le Patriote Illustré van 1930
Tijdens de woelige onlusten van 1830, levert hij met zijn Waalse streekgenoten hoofdzakelijk gevechten in de Kempen en wordt door ziekte getroffen te Venlo.

Vervolgens werd hij achtereenvolgens gekazerneerd te Gent, Ypres bij Merch (Groothertogdom Luxemburg) en streed er te Leuven en te Maastricht. Bovendien zou hij zich verder van 1831 tot in 1833 blijven inzetten en gevechten leveren. Op 1 juli 1834 krijgt Jean-Philippe een frontstreep en wordt uiteindelijk in 1839 gedemobiliseerd.

Barrikade ter verdediging van het hotel "Belle-Vue" op de hoek van het Koningsplein.
Vrijwilligersbarrikade voor de verdediging
van het hotel "Belle-Vue" op de hoek
van het Koningsplein
Le Patriote Illustré 28-09-1930

Eenmaal terug actief in het dagelijkse leven, helpt hij mee aan het uitgraven van het kanaal van Donchéry (Meuse). Jean-Philippe trad op 14 januari 1846 in het huwelijk te Rumont met Marie Thérèse Larcher. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. Vervolgens was hij werkzaam bij het aanleggen van de spoorlijn naar Saint-Mard.


Artilleriegevechten met vooraan Jean-Joseph Charlier (1794-1886), die over een enorme buitengewone wilskracht beschikte en de bediener was van het ijzeren kanon.
Artilleriegevechten met vooraan
Jean-Joseph Charlier (1794-1886).
Ondanks, dat hij een houten been had,
beschikte de man over een buitengewone
wilskracht en bediende hij het ijzeren kanon
Le Patriote Illustré 28-09-1930



Wanneer echter het krantenartikel van 1912 in de "L' Indépendance" verschijnt waarin bekend werd gemaakt, dat de laatste overgebleven oudste vrijwilliger uit 1830, Philippe Demoulin overleden was, ontstond er enige beroering in Saint-Mard.

De Burgemeester van Saint-Mard, François Joseph Piessevaux (1855-1937), burgervader van 1906 tot 1932, doorzocht zijn archieven en kwam tot de bevestiging, dat Lavallé nog in leven was én hij dus de langst levende patriot was van 1830. Onder zijn impuls werden de nodige stappen ondernomen om de oud-strijder naar zijn geboortedorp Saint-Mard nabij Virton terug te halen.


Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), de oudste 100-jarige combattant van 1830
Jean-Philippe Lavallé
Le dernier des derniers
Combattants de 1830
Koninklijk Museum
van het Leger en de
Krijgsgeschiedenis
Samen met Louis Georges Auguste Lorand (1860-1918) overtuigen zij Jean-Philippe en vestigde hij zich op 19 december 1912 terug in zijn geboortedorp. Ondertussen was de held meer dan 103 jaar oud geworden. Door zijn terugkeer creëerde men een ware voedingsbodem tot allerhande roemrijke gesprekken en verhalen van hun streekgenoot.

Op 4 februari 1813 vond er naar aanleiding van zijn 104é verjaardag een groot volksfeest plaats te Saint-Mard. Een subsidie van 200 oude Belgische Franken mocht hij in ontvangst nemen en kreeg vervolgens het Kruis van Ridder in de Kroonorde opgespeld, door de kolonel van het 2é Linieregiment.

De Herinneringsmedaille van 1830 had Jean-Philippe eerder opgespeld gekregen. Bovendien beschikte de bejubelde veteraan over een goede memorie, want hij wist nog goed, dat hij onder de bevelen van kolonel en latere generaal Fréderic Dollin du Fresnel (1787-1856) en generaal Nicolas Joseph Daine (1782-1843) stond.
Buste van Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), dat zich in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel bevind.
Jean-Philippe Lavallé
Le dernier des derniers
Combattants de 1830
Koninklijk Museum van het Leger
en de Krijgsgeschiedenis

Lang heeft hij niet kunnen nagenieten van de belangstelling en feestelijkheden. Geveld door een zware griep, overleed Jean-Philippe op 19 februari 1913 in zijn geboortedorp Saint-Mard in de provincie Luxemburg. Hij, werd opgebaard in een zaal van het gemeentehuis, die voor deze droeve gelegenheid als rouwkapel was ingericht. Familieleden hielden voortdurend de wake.

De begrafenisplechtigheid vond plaats op 22 februari 1913 om 11u30 en verliep indrukwekkend. Met zijn 104 jaar, 2 weken en 4 dagen, was hij namelijk niet alleen de allerlaatste "combattants van 1830", maar ook de oudste en laatste overgebleven oudstrijder, die streed voor het voortbestaan van België.

De afvaardigingen waren talrijk. De koning, die een telegram had gestuurd naar de naaste familieleden, liet zich afvaardigen door zijn veldadjudant kolonel Deruette (werd later nog generaal) en door zijn ordonnanceofficier kapitein staf-adjunct, commandant d'Outrepont. Vervolgens liet de toenmalige Minister van Oorlog, Charles de Broqueville (1860-1940) zich vertegenwoordigen door kapitein Blaise en Minister van Binnenlandse zaken, Paul Berryer (1868-1936) door zijn bestuurder dhr. Guelton en zijn bureelhoofd dhr. Simon.

Een afvaardiging van het 2é Linieregiment onder het bevel van lt.kol. Cuvelier uit Aarlen woonde eveneens de plechtigheid mee, waarbij de onderofficieren van het regiment de lijkkist droegen. De stoet werd voorafgegaan met het vaandel van 1830, geleid door een afvaardiging der "Maatschappij der kinderen van de Strijders van 1830", dit onder de leiding van dhr. voorzitter Gonne en zijn secretaris dhr. Besinne met talrijke leden van de maatschappij.

Gouverneur Graaf Emmanuel de Briey (1862-1944) van de provincie Luxemburg, leden van de bestendige deputatie, senatoren, volksvertegenwoordigers en hoge ambtenaren van het provinciaal bestuur liepen stoetsgewijs mee evenals de burgemeester van Virton, zijn schepenen en gemeenteraadsleden gevolgd door alle kinderen uit de naburige scholen. Talrijke redevoeringen werden er gehouden, waaronder deze van burgemeester Piesseveau, door dhr. Guelton van Binnenlandse Zaken en door dhr. voorzitter Gonne, die eindigde met zijn redevoering:

"In naam der kinderen en afstammelingen der strijders van 1830, bid ik u mijne heren de uitdrukking te willen aanvaarden van onze erkentelijkheid en vaarwel te zeggen aan Jean-Philippe Lavallé, de laatste strijder van 1830, met aan zijn stoffelijke overblijfselen een laatste groet te sturen met het vaandel, dat getuige was van hun heldendaden, maken wij ons de tolk van die dappere strijders met de wens te uiten, dat al de Belgen zich in een enkele gedachte, in eenzelfde poging zouden verenigen voor het behoud van de onafhankelijkheid, van de vooruitgang, van de grootheid van ons duurbaar Vaderland".


Kolonne van 1.100 vluchtende Hollanders passeren de Naamse Poort op 23 september 1830
Een kolonne van 1100 vluchtende Hollanders passeren de Naamse Poort op
23 september 1830. Le Patriote Illustré van 1930


Antoine Lemoine (1808-1911)
Antoine Lemoine 1808-1911
Oud-strijder Antoine Lemoine, werd op 3 maart 1808 te Saint-Fontaine (Pailhe) in de provincie Luik geboren.  in 1828, trad hij in dienst bij het 11de Linie van het Hollandse leger. Wanneer in 1830, de onlusten uitbraken, was hij met verlof en aarzelde niet, om zich bij de patriotten aan te sluiten. Antoine liet hij zijn vrouw, kinderen en zijn werk achter zich om zich met andere strijders te verenigen en er straatgevechten te gaan leveren.

Tijdens de veldtocht van Hasselt werd hij gevangen genomen en werd daardoor opnieuw bij de Hollandse legereengehden ingelijfd. In 1833 keerde hij voorgoed naar zijn haarstede terug.


Antoine Lemoine (1808-1911)
Antoine Lemoine 1808-1911
Wanneer hij honderd jaar oud geworden was, werd hij te Modave uitbundig gevierd. Op 14 januari 1911, overleed Antoine op de leeftijd van 102 jaar, 10 maanden, 1 week en 4 dagen.

De begrafenisplechtigheid vond drie dagen daarna plaats in de kerk van Modave en werd bijgewoond door heel wat hoogwaardigheidbekleders. Onderofficieren van verschillende legereenheden, hadden er met hun vaandel post gevat.

Antoine was houder van het Herinneringskruis van 1830 en Ridder in de Leopoldsorde.



Honderdjarige combattants de 1830,Philippe Demoulin (1809-1912), Antoine Lemoine (1808-1911) en Joseph Ronchesne (1804-1905)
De drie honderdjarige
"combattants de1830",
Philippe Demoulin,
Antoine Lemoine en
Jean-Joseph Ronchesne
Toenmalig voorzitter dhr. Tiberghein van de Maatschappij der kinderen van de strijders van 1830, hield er als laatste spreker zijn redevoering. Samen met andere prominenten brachten zij het ere-salut en namen voorgoed afscheid van de steeds maar dunner wordende groep vrijwilligers-strijder uit 1830.

Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905)
Jean-Joseph Ronchesne
1804-1905

De eerste honderdjarige combattants van 1830, die gevierd werd was, Jean-Joseph Ronchesne, die op 29 februari 1804 te Hoei werd geboren. Hij, was de zoon van Pierre-Joseph en Marie-Catharine Ronchesne-Gaillard.

Zoals zijn voorgaande besproken strijdmakkers en nog vele andere strijdlustigen aarzelde hij niet om gevechten te gaan leveren tijdens de woelige septemberdagen van 1830.


Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905) met vaandel uit 1830
Jean-Joseph, die in 1904
als honderdjarige werd
gevierd. Poserend in zijn
oorspronkelijk strijders-
uniform met het vaandel
uit 1830
Nadat de onderdrukte Belgen eindelijk verlost waren van het hatelijk Hollands Bewind, ondertekent Jean-Joseph een dienstverbintenis voor zes jaar bij het 2é linieregiment. 



Gevechten in de Leuvensestraat achter het Paleis der Algemene Staten
Gevechten in de Leuvensestraat achter
het Paleis der Algemene Staten
Le Patriote Illustré 09-11-1930
Op 28 januari 1831 vervoegt hij de kazerne van Namen, daarna ging het naar Aarlen, Zonhoven en Hasselt onder het bevel van generaal Nicolas Joseph Daine (1782-1843).



Hollandse troepen trekken zich terug op 26 september 1830
Terugtrekking der Hollandse troepen op
26 september 1830 om 4 uur in de morgen
Le Patriote Illustré 09-11-1930

Hij vervult zijn langdurige militaire verplichtingen met veel overgave. Een bevordering tot brigadier werd hem toegekend op 26 mei 1832 en wist zich tussen 1831 en 1834 meermaals te onderscheiden tijdens verschillende militaire operaties. Zijn militair avontuur eindigt op 5 april 1837.

Jean-Joseph, die ondertussen 33 jaar oud geworden was, keerde terug naar zijn heimat en zette zijn beroep als wijnbouwer verder. Tot op de leeftijd van 78 jaar bleef hij tussen zijn wijnranken lopen, samen met zijn familie en zes kinderen. Hij genoot destijds van een pensioen van 900 oude Belgische Franken.


Huldeviering van Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905)
Huldeviering en eeuwfeest Jean-Joseph Ronchesne
Le National Illustré maart 1904
Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Tijdens de koude zondagwinterdag van 28 februari 1904 werd Jean-Joseph als honderdjarige gevierd. Hij was tevens de eerste oud-strijder van 1830, die als honderdjarige werd gevierd.




Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905) bovenste rij rechts
Hier zien we Jean-Joseph Ronchesne bovenaan rechts afgebeeld
n.a.v. het 75 jaar bestaan van België met enkele van zijn
wapenbroeders. Kort na de viering overleed Jean-Joseph.
Geen enkel onder de hier afgebeelde oud-strijders buiten
Ronchesne haalden de eeuwgrens.
Eigenlijk was hij een schrikkelhonderdjarige van 25 jaar oud. Een heus feest werd ingericht ter ere van de gewezen brigadier van het 2é Lanciersregiment. Meer dan zestig verenigingen hielden eraan om deel te nemen, evenals zijn oude wapenbroeders en gewezen onderofficieren van zijn voormalig regiment. een piketkploeg van de Rijkswacht bracht de stoet op gang, waarbij de school van de 1é Jagers te Voet de erehaag vormden voor de kranige hoogbejaarde veteraan. Daarna nam de strijdersheld van 1830 plaats op de triomfwagen, die richting Grote Markt trok.

De aankomst van de ellenlange stoet op de Grote Markt en Stadhuis, gebeurde zowel met enige ontroering als met gejuich, waarbij een Hoeise koorvereniging de lofzang aan het vaandel van Berleur ten beste gaf.
Burgemeester Chainaye ontving er combattants Ronchesne en zijn sympathisanten. Kolonel Wouters, die door de Regering werd afgevaardigd, spelde op de kiel van de strijder "Het Kruis van Ridder in de Leopoldsorde. 


François Van Campenhout (1779-1848) zingt de Brabançonne
François Van Campenhout (1779-1848)
zingt de Brabançonne
Le Patriote Illustré 28-09-1930
Eerder had hij op 6 maart 1893 de Herinneringsmedaille van 1830 opgespeld gekregen. Vervolgens overhandigde de kolonel aan de jubelhonderdjarige een brief vanwege de Minister van Binnenlandse Zaken Jules de Trooz (1857-1907).


De Brabançonne
La Brabançonne
Achtereenvolgens namen secretaris Stockman van de Comissie van Middenmaatschappij der gedecoreerde strijders van 1830, generaal-voorzitter De Schepper der federatie der oud-militairen van de provincie Luik, kolonel Saillez en dhr. Laveleye in naam van de verbonden oud-militairen het woord. Tot slot nam kapitein-bevelhebber Roox van de school van de 1é Jagers te Voet het woord en wenstte in sierlijke termen de held geluk en groette hij het vaandel van 1830.

Een verkorte weergave van zijn citaat:

"...in naam van de regimentschool vann het 1é Jagers te Voet en ook in naam van het klein garnizoen,groeten wij de held eerbiedelijk.

Het is wel Hij, mijne heren, dé held, die op dit ogenblik voor onze ogen de geschiedenis der worstelingen opsomt, die ons de laatste eeuw onze bodem hebben bebloed, want hij is de tijdsgenoot van Waterloo en één der helden van 1830, die ten prijze van hun bloed de onafhankelijkheid van ons vierbaar Vaderland hebben gewonnen..."

Jean-Joseph Ronchesne, overleed in zijn geboortestad op 21 april 1905. Het jaar waarin de 75é verjaardag werd gevierd van Belgiës onafhankelijkheid in verschillende steden. Bovendien was hij de eerste honderdjarige oud-strijder van 1830, die als eeuweling werd gevierd. Jean-Joseph, werd 101 jaar, 1 maand, 3 weken en 2 dagen oud. 


Eindelijk vrij, vooraanstaande Brusselse familie brengt een toast uit ter ere van Koning Leopold I
Een vooraanstaande Brusselse familie brengt een eerste toast uit op de Koning Leopold I met de leuze:
De Koning, De Wet en de Vrijheid - Le Patriote Illustré 28 -09-1930

Veel van zijn wapenbroeders werden ook heel oud of haalden nipt de eeuwgrens niet. Ook hun inzet, durf en moed, dat destijds met veel bloedvergieten gepaard ging mag voor hen niet vergeten worden. Zowel Vlamingen, Brusselaars als Walen lagen immers aan de basis van Belgiës onafhankelijkheid en streden daarvoor zij aan zij. Vandaar de sfeerbeelden van destijds.

Misschien als besluit meegeven, dat het de moeite loont om eens een bezoek te brengen aan het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel. Van de hierboven besproken oud-strijders van 1830 kan men hun buste, geschilderde portetten, kledij... aanschouwen. Bovendien beschikt het ernaast gelegen Koninklijk legerarchief over unieke documenten uit hun actieve periode.


Zie ook Leopoldisten.

Bronnen:
1830 La Révolution-Les Derniers Combattants
1830 Geïllustreerd - door Leo Van Neck 1903
Belgisch tijdschrift voor militaire geschiedenis
De Belgische soldaat 21é reeks
La Belgique Militaire 10 augustus 1902
Le National Illustré van maart 1904
Den denderbode van 17 juni 1900 en15 augustus 1909
La Belgique Militaire 22 janauri 1911 en 5 februari 1911
De Volksstem van 18 februari 1912
La Dernière Heure van 25 februari 1912
La Vie Militaire van 5 maart 1913
Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
www.bloggen.be/rodecal/archief
Postkaarten, verzameling Leon Dyme

Met dank aan Anthony Croes-Lacroix (Senior GRG Correspondent Benelux), voor zijn bijdrage en rechtzetting van de geboortedatum van Antoine Lemoine


Link:
http://noeldemey.blogspot.be/2009/01/brugse-combattant-boudewijn-craeye-van.html
http://noeldemey.blogspot.be/2013/11/belgische-honderdjarige-oud-strijders.html
http://archiefstadkortrijk.blogspot.be/2013/07/monsieur-van-gheel-laatste-oudstrijder.html

Indien er lezers zijn, die over aanvullende informatie beschikken van Belgische honderdjarigen over gelijk welke aard, kunnen contact opnemen via mail: noel.de.mey@telenet.be


Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
©Noël De Mey










Geen opmerkingen:

Een reactie posten