donderdag 31 maart 2011

Gerardus de Zwarte (Asse)

De edele ridder Hidesbald was een oude man geworden. Hij bewoonde het kasteel van Asse en Terheiden, ten tijde dat al de christenen koningen en edellieden van Europa naar Jeruzalem trokken, om het graf van de Zaligmaker te bevrijden tegen de aanvallen van de Turken. Boudewijn Hapkin (1093-1119) was toen, graaf van Vlaanderen.

Hidesbald, te oud geworden, om zelf de wapens te nemen, zond in zijne plaats, zijn twee zonen naar het Heilig Land, namelijk: Robrecht en Gerardus de Zwarte. Robrecht, een moedige ridder en christen, aanvaardde dit met blijdschap. Hij verliet vrouw en kind, om naar het Oosten te gaan vechten. Doch zijn broer, Gerardus, misleid en bedorven, had er de moed niet en bleef bij zijn eigen vader.

Tien jaren verstreken, zonder dat men enig nieuws vernomen had van Robrecht de Kruisvaarder. Gerardus van zijn kant, begon langs om meer, het erfdeel van zijn vader Hidesbald geheel in te palmen. Daarvoor moest hij het gerucht verspreiden dat zijn broer Robrecht, gedood was in de heilige oorlog. Ook moest hij daarvoor de vrouw van Robrecht, opsluiten in een klooster en haar enig kind, Koenraad, vermoorden. Vervolgens moest Gerardus, zijn oude vader, achter de grendels werpen, van een onderaardse kerker.

Dit alles werd door de boze toeziener, Arnold van het kasteel aan Gerardus voorgeschreven, die ervoor moesten zorgen dat Gerardus op deze manier rijk zou zijn. Maar wanneer het boosaardige plan ten uitvoer zou worden gebracht, kwam heel onverwacht, tot ieders verbazing, Robrecht, levend terug in Vlaanderen. De Goddelijke voorzienigheid kwam tussenbeide, om Hidesbald, Robrecht, Koenraad van de dood te redden en Gerardus de Zwarte alsnog te bekeren.

Gazette van Brugge, zaterdag 26 januari 1884
Noël De Mey
© Sabam
Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen