dinsdag 17 februari 2009

Koningin Maria-Louisa 1812-1850

Een trek van liefdadigheid, door een ooggetuige uit Tervuren

Van H.M. de Koningin Maria-Louisa (1812-1850), werd door een brief van een ooggetuige, E.H. Pastoor Van Lint, kapelaan uit Tervuren bekend gemaakt:

" Het was op 18 december 18.., bijtend koud, bleef een dame op zekere afstand gevolgd door een livrei, stilstaan bij het zien van een kind dat weende. De dame vroeg aan het wenende kind wat er scheelde?

Koningin Maria-Louisa 1812-1850 (wikipedia)Mijn vader heeft mij het huis uitgejaagd en ik heb niet gegeten. Ik heb honger, zei het kind. Leid mij bij uw vader, antwoordde de dame. Ik durf dat niet, want hij zal zich in gramschap (wrevel) stellen, vervolgde het kind. Vrees niet zei de dame, ik zal u onder mijn bescherming stellen.

Daarop was het kind gerustgesteld en toonde het ouderlijke huis. Daar zat een vrouw, met bleke gelaatstrekken, in de hoek van de haard met een kind, dat nog jonger was op haar schoot. Over haar zat een jonge man, met een verwilderde blik, beledigingen makend. Wanneer de bezoekster binnenkwam draaide hij zijn hoofd om en riep op een woedende toon wat, dat zij kwam doen?

De dame zei, dat ze vergiffenis kwam vragen voor de kleine die bevend naast haar stond en haar kleren vastgreep. De vader brieste, het is een deugniet, ik weet niet wat mij weerhoudt om….. Bedaar zei de bezoekster, u bent een Fransman, ik hoor het aan uw spraak.

Welja antwoordde de vader, ik ben Fransman, heb mijn land gediend, veracht de naam en heb gevochten tijdens de revolutie. Thans ben ik verbannen en slaap op stro… De aristocratie heeft wederom gezegepraald. Men drijft opnieuw de spot met het arme volk.

De dame liet zich door deze alleenspraak niet afschrikken en richtte zich tot de vrouw die spraak - en bewegingsloos was gebleven. Haar hand toereikend, zei ze tegen haar met enige tederheid: goede vrouw, ik zie het, u lijdt. Wat kan ik doen om uw lijden te verzachten.

Ach! riep de razende man: madame is menslievend, zij zal u een aalmoes geven!

Neen! Sprak de bezoekster: neen ik kom u geen aalmoes geven: uw vrouw lijdt, zij heeft honger en het is mijn plicht haar te helpen. Wat u had moeten doen door te werken.

Werken! Maar denkt u dat, indien ik werk had, haar iets zou ontbreken en zij zich in deze staat zou bevinden?

Welnu, zei de dame: ik zal u werk bezorgen. Men bedriegt u brave man, indien men u zegt, dat alle rijken, zelfzuchtige en gevoellozen zijn . De vrouw des huizes onderbrak haar bezoekster door te zeggen: dat het troostende woorden waren, die haar de moed en de kracht gaven.

De man kreeg de tranen in de ogen en zei met bewogen stem: vergeef mij madame, ik was zo wanhopend, het lijden en gebrek aan eten voor mijn kinderen braken mijn hart en maakte mij zinneloos. Ach! Red mij, hou uw belofte, verschaf mij werk en ik zal als een eerlijk man leven.

De dame zei: ik beloof het u mijn vriend, u kunt op mijn woord betrouwen. Thans veroorlooft u mij in uwe ogenblikkelijke nood te voorzien, nietwaar? Bij het uitspreken van deze woorden, reikte zij hem een met goud gevulde beurs toe. Waarop de man ze niet wilde aanvaarden door te zeggen dat dit teveel was. Enige franken waren voldoende en ik zal ze u later terugbetalen.

Wanneer de dame haar identiteit op vraag van de man bekendmaakte, viel de man op zijn knieën voor zijn weldoenster, die Koningin Maria-Louisa bleek te zijn, en vroeg aan Zijne Majesteit of hij haar handen mocht kussen. De man kon zijn geluk niet op.

Helaas werd Koningin Maria-Louisa veel te vroeg aan België ontrukt.

Bron:
Gazette van Brugge, maandag 2 april 1883.
Noël De Mey
Foto: Wikipedia
© Sabam 2007

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen