donderdag 19 februari 2009

Kardinaalsaartsbisschop Mgr. Dechamps overleden te Mechelen

Laatste update: 26-10-2013

De dood van Mgr. Dechamps

De kardinaalaartsbisschop werd op 6 december 1810, te Melle geboren en overleed na een slepende ziekte op 29 september 1883, in het aartsbisschoppelijke paleis te Mechelen. Zijn doodsoorzaak zou het gevolg zijn van een bloedopdrang in de longen. De zaterdagmorgen nog voelde hij zich enigszins zwak en moest te bed blijven. Hij moest af en toe braken.

Dokter Wittman die hem nog had bezocht vond dat zijn toestand niet onrustwekkend was. Men dacht dat de kardinaal spijsverteringsmoeilijkheden had. Alles ging goed tot de middag. Tijdens het bezoek van pater redemptorist Gordts, die Zijne Eminentie kwam bezoeken en zijn raad vragen, slaakte de kardinaal opeens een schreeuw en viel in het bed achterover. Zijn dood was schielijk geweest.

Overlijdensbericht uit de Gazette van Brugge van 06-10-1883
Gazette van Brugge
06-10-1883

Voor de katholieke gemeenschap, treft niet alleen in België, maar ook daarbuiten was dit een pijnlijke slag. De primaat van België stond bekend om zijn schitterend verstand en uitgebreide bekwaamheden. Was kardinaal-priester van den titel van den H. Bernardus-bij-de-Baden. Hierna een korte levensbeschrijving van de betreurde overledene volgens een merkwaardig artikel dat Mgr. Claessens over Z. Eminentie gegeven heeft in zijn Belgique Chrétienne.

Zijn levensloop

Victor-Auguste-Isidore Dechamps (1810-1883) werd zoals hierboven geschreven te Melle bij Gent geboren. Zijn vader Adrien-Joseph Dechamps was bestuurder van het middelbaar onderwijs, dat het vertrouwen van de families bezat. Victor was de jongste der drie zoons van heer Dechamps. De oudste, Adolf die in 1807 geboren werd, bouwde een schitterende loopbaan uit als afgevaardigde, minister en als gouverneur. Hij overleed in 1875. Zijn tweede broer, Joseph Dechamps, was in 1873 te Menage overleden. Vader Dechamps bestuurde eerst zelf de godsdienstige en wetenschappelijke opvoeding van zijn zonen, eerst te Melle en later in het kasteel van Scailmont nabij Menage, waar hij zich met zijn familie gevestigd had in 1821.

Victor legde van in het begin een grote voorliefde aan de dag voor de wijsbegeerte en wetenschappelijke studies. Hij had zijn klas van de Retorica nog niet beëindigd, of hij besprak met zijn vader en broers de werken van de Bonald en graaf de Maistre. Hij las ‘l’Essai sur l’indifférence en matière de religion van de Lamennais. Later werden Boussuet en Pascal zijn geliefkoosde schrijvers.

In 1828 werden Adolf en Victor naar Brussel gezonden, om er rechten te studeren. Na de omwenteling van september 1830 kondigden zij in de conservatieve dagbladen, politieke artikels af, getekend met hun initialen en die belangrijk genoeg waren, om de aandacht der mannen van het congres gaande te maken. Reeds van dan af stelden zij zich aan als de verdedigers der rechten en vrijheden van de kerk. Victor Dechamps heeft zelf in zijn geschriften verhaald hoe, bij de plechtige intrede van Leopold I te Brussel, God hem het gedacht ingaf zich aan de priesterlijke staat toe te wijden.

’Ik zag, verhaalt hij in “la Nouvelle Eve”, ik zag den koning voorbij rijden te midden van den geestdrift van zijn volk, en de menigte haren vorst volgen, als ene zee wier golven zich verwijderen met het gerucht dat hem vergezelt. Weldra heerste de stilte en de eenzaamheid en ik trad de zaal binnen, waarin een talrijk gezelschap mij bespotte uit hoofde van mijn ernstig voorkomen. Want ik was ernstig, omdat ik in mij zelf zegde: Ik wil de eeuwige zaak en de koning die nooit voorbij gaat dienen’.

In november 1832 trad Victor in het seminarie van Doornik. Diaken gewijd door Monseigneur Delplanque, werd hij naar de katholieke universiteit van Leuven gezonden, welke de bisschoppen van Mechelen geopend hadden op 4 november 1834. Op 20 december 1834 werd hij in de Metropolitaanse kerk tot waardig priester verheven door Mgr. Sterckx en hij celebreerden zijn eerste Mis in de kapel van Leliendael (kapel van het pensionaat van den Bruel).

Wijlen Mgr. Gravez, bisschop van Namen, toen ook diaken, die met V. Dechamps van Doornik naar Mechelen was gegaan, werd op dezelfde dag als zijn studiegenoot, tot priester gewijd. In het seminarie voelde Dechamps zich tot het kloosterleven geroepen. Hij bekwam de toelating van zijn bisschop, Mgr. Labis en trad in het noviciaat der redemptoristen te St.-Truiden.

Op 21 augustus 1835, ontving hij het kloosterkleed en sprak op 13 juni 1836, de plechtige beloften uit. Hij werd onmiddellijk door zijn oversten naar het studiehuis te Wittem (Hollands Limburg) gezonden, als professor van de H. Schriftuur en de dogmatiek. Gedurende vijf jaar vervulde hij er het ambt van student prefect.

Van in 1841 dagtekent zijn loopbaan van missionaris, van zielenbeheerder, zoals Victor Dechamps wezenlijk was, tot hij door Z.H. Paus Pius IX (1792-1878) tot de bisschoppelijke zetel te Namen verheven werd. Talrijk zijn de bekeringen die hij door zijn woord en zijn geschriften teweeg bracht.

Een der bijzonderste was voorzeker die van generaal Lamoricière. Het was ook pater Dechamps die in 1860 Mgr. De Merode en generaal Lamoricière hielp, om het werk der pauselijke zoeaven tot stand te brengen. Toen in 1865, generaal Christophe Léon Louis Juchault de Lamoricière (1806-1865) stierf, sprak Mgr. Dechamps, toen pas tot bisschop van Namen gewijd, te Frascati de lijkrede uit, op aanvraag der zoeaven van het pauselijke leger.

Op verschillende tijdstippen was Victor Dechamps rector van de kloosters der redemptoristen te Luik, Doornik en Brussel. Van 1851 tot 1854 vervulde hij het ambt van superior der Belgische provincie, welke zich ook over Holland en Engeland uitstrekte. Hij bezocht de kloosters van zijn orde in de drie landen en stichtte er nieuwe huizen.

Opdrachten van het koningshuis en talentrijke redenaar

In 1851 had koning Leopold I, hem de godsdienstige opvoeding toevertrouwt van de hertog van Brabant (koning Leopold II), de graaf van Vlaanderen en prinses Charlotte (1840-1927). Dechamps verscheen alleen op het kasteel van Laken enkel om de lessen van godsdienst aan zijn koninklijke leerlingen te geven, van wie hij de geestelijke bestuurder ook was.

Men weet, dat Dechamps gekend was als een van onze welsprekende predikanten. Door koning Leopold I, werd hij dan ook gekozen, om voor de grote Staatskorpsen en al de Belgische bisschoppen, de lijkrede uit te spreken van de godvruchtige koningin Louisa-Maria (1812-1850) op 24 oktober 1850. Die redevoering, waarvan Guizot zegde, dat zij ‘een der schoonste bladzijden van de godsdienstige letterkunde is, sedert twintig jaar geschreven’, werd in geheel Europa bewonderd.

Zijn conferenties, de vaste toespraken, welke hij hield, verwekten overal een grote toeloop: men noemde hem den pater Ravignan van België. Zelfs de liberale drukpers bracht hulde aan zijn talent van redenaar. De Indépendance Belge, heeft over de welsprekende redemptorist een merkwaardig artikel meegedeeld, dat door de Revue catholique de Louvain XI, blz? 177-182 overgenomen werd. Tijdens zijn kloosterlijk leven, deed Pater Deschamps tot negen maal de reis naar Italie, om Rome en te Napels over de belangen zijner orde te onderhandelen. In het paleis van Caserte, nabij Napels, werd hij door Ferdinand II en de koningin in gehoor ontvangen. Hij had ook talrijke verhoren bij Paus Pius IX.

Van bisschop tot aartsbisschop

Reeds in 1852 had Pius IX (1792-1878) het gedacht opgevat, Pater Dechamps te verheffen tot de bisschoppelijke zetel van Luik. Hij gaf echter toe aan de smekingen van den nederige redemptorist, doch, zoals de Heilige Vader het zegde, behield hij hem voor een ander gelegenheid. Deze gelegenheid bood zich aan in 1865, na het overlijden van Mgr. Deheselle, bisschop van Namen. Dechamps werd in de nuntiatuur naar Brussel geroepen, waar Mgr. Ledochowski hem meldde dat Z. Heiligheid hem tot de vacante bisschopszetel benoemd had. De pater wilde nieuwe tegenwerpingen maken, doch de nuntius nam ze niet aan.

Tien dagen later vertrok Deschamps naar Rome en op 22 september werd hij bij de Paus ontvangen. De Heilige Vader verklaarde aan hem uitdrukkelijk, dat hij op zijn besluit niet meer terugkwam. Deschamps, moest zich aan de pauselijke beslissing onderwerpen. Daar hij de titel van dokter niet had, die een vereiste was voor de bisschoppelijke waardigheid, vroeg hij een dispensatie aan de H. Vader. Deze werd al lachend geweigerd. Paus Piux IX zei: ‘…door uw werken hebt u meer dan genoeg uw examen van dokter ondergaan en uw thesissen met de grootste onderscheiding verdedigd’! Bijgevolg verleende Hij hem ‘motu proprio’, de titel van dokter in de Godgeleerdheid, bij breve van 26 september 1865. Op 1 oktober werd hij in de kerk van de H. Alfonsius op de Esquilinberg gewijd, door Z.E. Kardinaal de Reisach, bijgestaan door Mgrs Berardi, aartsbisschop van Nicia, i.p.i. en Manning, aartsbisschop van Westminster.

Mgr. Dechamps bekleedde niet lang de bisschoppelijke zetel van Namen. Kardinaal Ingelbert Sterckx, aartsbisschop van Mechelen, overleed op 4 december 1867. Het kapittel der Metropolitaanse kerk van de H. Rumoldus richtte zich tot de bisschop van Namen, om de lijkrede uit te spreken bij de begrafenisplechtigheid, welke op 10 december moest plaats hebben. Mgr. Dechamps stemde toe.

De lijkrede was reeds geschreven, toen de redenaar door de nuntius van Brussel gewaarschuwd werd, dat Z.H. Piux IX hem de 8e december had aangewezen om de kardinaalaartsbisschop op te volgen. Een gevoel van kiesheid belette hem dus zijn stem te doen horen bij het lijk van zijn voorganger. Het was een kanunnik van Mechelen, die de lijkrede, door Mgr. Dechamps geschreven, voorlas.

Op 28 januari 1868 deed de nieuwe benoemde 15e aartsbisschop zijn plechtige intrede in Mechelen. In 1875 werd hij door Z.H. Paus Pius IX opgenomen in het college der kardinalen en ontving hij op 26 maart de rode baret, waarbij de plechtigheid volgde van inhuldiging te Mechelen op 21 april 1875 als prins der Roomse kerk.

Kardinaal Dechamps was lid de Academie van de Katholieke Godsdienst, van de congregatie der bisschoppen en regulieren, van de congregaties van het Concilie, den Index en der Propaganda. In de Burgerlijke Orde was hij Grootofficier der Leopoldsorde en Grootkruis der Orde van het H. Graf van Jeruzalem.

Hij zou de laatste primaat van België geweest zijn. Tot dan hebben alle aartsbisschoppen van Mechelen altijd de titel van primaat gevoerd. Doch om primaat te zijn, moet een kerkvoogd verscheidene aartsbisschoppen onder zijn gebied hebben, zoals bvb. het geval is in Frankrijk met de aartsbisschop van Parijs, die de titel voert van primaat van Frankrijk. (Rechtzetting van deze tekst, hieronder)

”Wanneer paus Paulus IV (1476-1559), in 1559 de nieuwe bisdommen inrichtte, verhief hij drie aartsbisdommen tot Metropolitaanse kerken: Mechelen, Kamerijk en Utrecht. De Metropolitaanse kerk te Mechelen, werd aangeduid als moetende eerste rang bekleden. Vandaar haar primaatschap. Vanaf dit tijdstip tot aan het concordaat met Frankrijk in 1802 gesloten, mochten de aartsbisschoppen van Mechelen de titel voeren van Primaat. Zelfs wanneer de Metropolitaanse kerk van Utrecht ten gevolge der hervorming niet meer bestond en de Metropolitaanse kerk van Kamerijk tot Frankrijk behoorde.

De prins de Méan (1756-1831) en kardinaal Engelbertus Sterckx (1792-1867) hebben beiden de historische eretitel van primaat gevoerd. Mgr. Dechamps deed hetzelfde. Bij het concilie van het Vaticaan betwisten enige prelaten dit recht. Mgr. Dechamps onderwierp de kwestie aan de hogere overheden. Deze beslisten dat de aartsbisschoppen van Mechelen zich Primaten mochten noemen. De titel was uitsluitend een eretitel en diende om aan het verleden te herinneren. De opvolgers van kardinaal Dechamps zullen dus mogen voortgaan met het voorwaardelijke gebruik te volgen”. (Tekst integraal overgenomen)

De lijkdienst had plaats op donderdag 4 oktober 1883, om 10u00 en werd door alle bisschoppen van België bijgewoond. Mgr. Johan-Joseph Faict (1813-1894), bisschop van Brugge, zat de ceremonie voor. Op vrijdag 5 oktober vond dan de begrafenisplechtigheid plaats om 10u00 te Rumilles, gevold door een tweede plechtigheid om 11u00 en een derde plechtigheid te Menage. De aartsbisschop had de wens geuit om begraven te worden te Rumillies, nabij Doornik. Dat was de plaats waar de eerste redemptoristen zich in België gevestigd hadden. Mgr. Goossens, bisschop van Namen, was de testamentuitvoerder.

'Rouwkrans' door dichter Lodewijk De Koninck

De dichter Lodewijk De Koninck (1838-1924), schreef voor deze kardinaal een prachtig dichtstuk dat onder de titel van ‘Rouwkrans’, bestemd voor op het graf van Zijne Eminentie Kardinaal Dechamps. De uitgave werd door Splichal (Splichal-Roosen) uit Turnhout verzorgd en was een meesterstukje van typografie. Het werk was niet in de handel te verkrijgen.

Men wist dat Zijne Eminentie de Vlaamse taal niet machtig was, maar kende al de schrijvers en vernam met blijdschap dat onze Vlaamse novellisten tegen de stroom der Franse romans ingingen. Hier de titels van Mgr. Dechamps zijn bijzonderste werken:

Les entretiens sur la démonstrations catholique de la révélation chrétienne
Le Christ et les Antéchrist
La question religieuse
PieIX et les erreurs contemporaines
La Nouvelle Eve
L’Infaillibilité
Le Concile général, met brieven van Mgr. Dupanloup, P ? Gratry en andere schrijvers
Lettres théologiques
Herderlijke brieven, enz….

Aparte weetjes over Mgr. Dechamps

Ooit heeft onze betreurde kardinaal, toen hij nog pater Dechamps, redemptorist was, een lezing moeten gaan verzorgen te Tourinnes-la-Grosse, een dorpje in het Waalse Brabant. De geleerde kloosterling begaf zich incognito naar daar en liet zich door zijn medegezel, pater Victor noemen. De goede en waardige pastoor van Tourinnes, ontving zijn missionarissen met vreugde en geluk. Maar toen hij pater Victor groette, zag deze er bleek, mager en ziekelijk uit. De pastoor prevelde in zichzelf: 'Mijn missie is mislukt, ik had twee goede paters gevraagd en nu zend men mij twee ongelukkige die er niet slim uitzien en niet kunnen prediken'.

Het lof werd gezongen, waarbij gans het dorp rondom de preekstoel geschaard zat. Pater Victor moest spreken. De arme pastoor van Tourinnes, was ongeruster dan ooit, bij het zien van zijn brede grote zilveren gemontuurde bril. Doch Pater Victor vatte vuur en liet een prachtig sermoen horen, dat doordrong in de harten van alle parochianen, die alle parochianen der omliggende gemeenten naar de tempel deed stromen.

De pastoor richtte nu zijn ganse bewondering op de oude kloosterling en dacht bij zichzelf, wie die pater Victor mocht zijn en van waar hij kwam. Allerlei vragen stellende, werden op simpele manier ontweken. Totdat de geestelijken in een theologische woordenwisseling verzeild raakten, waarbij de gezel zich verklapte, door pater Victor's echte naam te gebruiken met pater Dechamps.

Het woord was gevallen en de pater uit Tourinnes, verbaasder dan ooit: 'Heb ik dan de eer gehad u als pater Dechamps in mijn parochie te hebben mogen ontvangen'? De missie die eerst met argusogen werd onthaald, was geslaagd en maakte oneindig veel goed.

Bron:
Gazette van Brugge, woensdag 3, zaterdag 6 en maandag 22 oktober 1883
Noël De Mey
©Sabam 2008

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen