zaterdag 28 februari 2009

Brugse hondenslagers actief tijdens de 15e eeuw

Over de honden te Brugge

Het stond in de Gazette van Brugge van maandag 6 augustus 1883

We lezen in ‘Rond den Heerd’

Het was in de tijd toen er nog hondenslagers actief waren te Brugge. Volgens rekeningen van de stad eind de jaren 1400, betaalt aan Cornelis Hurtecamp, die het in zijn tijd lastig had. Het volgende bericht daarover leert ons:

’"tem betaelt Cornelis Hurtecamp einde zinen medéghesellen ter causen van iijjm. c. iijjxx. xvj honden by hem lieden gheselghen, binnen xvj weken tijd achter dese stede als blijckt biden kerven van den deken van den handscoewerkers die de velle vanden voorseiden honden ghehad hebben eenen ingelsche van elcken sticke, komt v lb. Xvj s. vij d".

Dat was toch wel gewrocht, in den tijd van 16 weken, 4.196 honden geslegen.
Hebt gij bemerkt hoe de deken der handschoenmakers daar tusschenkomt, en hoe hij die vellen koopt, aan zooveel ’t stuk, om handschoen van te maken.

Verder staat Gilles Hurtecamp":... ende zinen medeghesellen hondslagers, ter causen van ijm. Iijje. Iijjx xvj honden bi hem lieden gesleghen, binnen x weken ende ij daghen tijts, eenen ingelsche van den stick, comt iij Ib. ixs.iiiij d.g."

De hondenslagers en deden de honden niet mede, maar ze sloegen ze op strate kapot, daar waar ze gevonden wierden. Dat en was van ’t properste niet. Maar als ze uitgingen; de karreman volgde, en hij vergaderde achter stad al de honden die geslegen lagen, en voerde ze buiten de stad ter plaatse waar zij moesten gevlaan worden, ten oorboore der handschoenwerkers.

’Item betaelt den carreman van alle den voorseide honden daghelicx te haelne ende te gaderne achter de stede daar zij ghesleghen laghen, en die ten voerene buuten daar zij ghevlegen worden. xx s. gr. Comt al iiij Ib.ix s. iiij d.’

Weet er iemand te zeggen waar men die honden voerde buiten de stad? Daarover moet wel ergens iets terug te vinden zijn. De hondenslagers waren dan nog mannen, die met eer de straat op mochten komen. Immers zij hadden een kenteken, een kolve zeker, waarop ’t wapen der stad geschilderd was. Dit weten wij ook uit stadsrekeningen.

’Item-betaalt Janne vander Leye, schildere, van viij schildekins te makene van der stede wapene die de hondslaghers droughen, ij s. vj d.g. val.xxx s’

En nu wij van de honden spreken, wist gij lezers en lezeressen, dat de religieuzen van Sint-Janshospitaal een beer kweekten? En ’t was dan nog een die kon bijten, immers in de rekening van ’t Hospitaal over ’t jaar 1402 staat er:

‘Betaalt aen meester Joos den Surgien, van dat hi eenen wive ghenas, die ghequets was van onzen beer. X Ib. xvj s.’

Noël De Mey
© Sabam 2008

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen