dinsdag 27 januari 2009

Stadhuis van Brugge, gedeeltelijk door brand verwoest in 1946

Laatste update: 04-01-2014

Historisch Stadhuis brandt gedeeltelijk af


Stadhuis van Brugge. Naar een oude litho-prentkaart.
Oude litho-prentkaart van het stadhuis van Brugge

Waar ooit het huis der gijzelaars (Ghiselhuis) stond, werd het stadhuis van Brugge in gotische stijl en van een zeldzame sierlijkheid op 30 oktober 1946 getroffen door brand. Lodewijk van Male (1330-1384) had in 1376 de eerste steen gelegd. Het Brugse stadhuis zou een inspiratiebron geweest zijn voor de bouwers van latere raadzalen. Door de eeuwen heen werd het stadhuis herhaaldelijk uitgebreid. De belangrijkste uitbreidingen dateren van 1523, 1544-1545, 1606-1604 en 1614.

De oude gevelbeelden waren destijds veelkleurig en werden tijdens de Franse Revolutie in 1792 vernield en opnieuw geplaatst, in 1855-’56, wanneer het stadhuis een heuse opknapbeurt onderging. De vernielde beelden werden vervangen.

Ongeveer honderd jaar later, meer bepaald van 1959 tot 1962, kreeg de gevel weer een restauratie te verwerken. Toch duurde het nog tot 1988 voordat nieuwe beelden op hun plaats stonden. Het stadhuis werd op 25 maart 1938 als monument beschermd.

Bluswerk onder commandant Alfons Geers:

Om 23.12 uur belden inwoners de brandweer op: een grote brand was uitgebroken in het stadhuis.

De eerste ploeg vertrok met twaalf man. Commandant Geers gaf meteen opdracht vrijwilligers op te roepen. De tweede hulpploeg werd om 23.15 uur uitgestuurd met een brandwagen, en om 23.18 uur kwam de ladderauto aan.

Bij aankomst was duidelijk dat het bevolkingsbureau helemaal in vlammen opging. Bij de verkenning constateerde men dat het vuur de verdiepingen en het kapwerk al had aangetast. De hele rechtervleugel stond in brand. Een drietal spuitlansen werd aanstonds in werking gesteld op de benedenverdieping en kon rechtstreeks in de vuurhaard spuiten. Dezelfde procedure ging in op de verdieping en in de wandelzaal.

Commandant Geers, die de structuur en de ligging van het kapwerk goed kende, wist dat het gevaar daar schuilde en vreesde dat de brand zou overslaan naar de andere vleugels van het gebouw. Met vereende krachten werd geprobeerd om ondanks de verstikkende rook brandslangen op de zolders boven de gemeenteraadzaal en de wandelzaal op te stellen. Met hun masker op slaagden de manschappen in hun opzet en konden hun positie handhaven. Zo konden zij de toestand meester blijven. Intussen werd de brand langs de buitenkant (voorgevel stadhuis, kant H. Bloedkapel en kant Blinde Ezelstraat) bestreden. Om kwart over twaalf was men de brand meester. Toen spoten toen 20 lansen van alle kanten met volle kracht op de vuurhaard in.

Zestig brandweerlui hebben de brand bestreden en hebben allen, zonder onderscheid, voortreffelijk hun plicht volbracht. Het is aan het doeltreffende optreden van de eerste ploeg te danken dat de aanpalende gebouwen gevrijwaard konden blijven. Toch liepen enkele manschappen lichte verwondingen of brandwonden op. Aan water was er geen gebrek, doordat men aan de rei drie pompen had opgesteld en 2.000 meter slangen had uitgerold.

Aan kunst gingen de staande schouw in de bevolkingsdienst en de oude eiken deur tussen de Gotische Zaal en bureau. 5 totaal verloren. De muren van het uitgebrande gebouw vielen te herstellen; alleen de topgevel van de achterzijde en het witte steen moesten worden hersteld. Het houtwerk dat voor het grootste gedeelte uit oude eik bestond, heeft goed weerstand geboden. Het grootste gedeelte kon elders worden gebruikt.

Op zeker ogenblik werd gevreesd voor een tekort aan manschappen en werd veiligheidshalve een beroep gedaan op de brandweer van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, die om tien voor halfeen aankwam, maar op dat moment was men de vuurhaard meester en was die hulp niet meer nodig. Aan het stadsbestuur werd voorgesteld, een officiële dankbrief te zenden voor de onverwijlde bijstand.

Niet gevraagde mobiele hulpploegen uit Gentbrugge (om tien over halfeen) en een uit Brussel kwamen (om vijf over twee) kwamen met 8 wagens en 66 man hulp bieden. De slag was al gestreden en gewonnen en de bevelhebber van Brugge had ze niet ter versterking gevraagd. Deze laatste paragraaf stond niet in het verslag. De schade was aanzienlijk, maar herstelbaar. Dat gold echter niet voor de kunstwerken en bevolkingsdossiers.

Daarbij kwam nog, dat deze brand veel zwaardere gevolgen voor de stad kon hebben gehad, was het niet dat student-brandweerman F. Alexander het begin van deze brand opmerkte en onmiddellijk de brandweer alarmeerde. Hij voorkwam zo een veel ergere ramp. Daarvoor werd de aspirant-student-brandweerman door het stadsbestuur gehuldigd en kreeg in het bijzijn van de toenmalige bevelhebber Hugo Geers (1936-1977) en erebevelhebber Alfons Geers een ets cadeau. Tal van andere brandweermannen werden eveneens gehuldigd tijdens de traditionele korpsdag in december 1974.

Boek met harde kaft: Brugge Brandt-Het brandt weer, mannen!Dit beschreven stuk, komt uit het boek: Brugge Brandt – Het brandt weer, mannen! Interesse in het boek (392 pag.)? Mail naar noel.de.mey@telenet.be

Linken naar andere Brugse brandweerthema's:

Noël De Mey
© Sabam 2006

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen