zondag 11 januari 2009

Ruddervoordenaar Guilielmus Van Renterghem (1782-1888)

Laatste update: 04-01-2014

Guilielmus Van Renterghem

De gemeente Ruddervoorde vierde begin de jaren 1880 hun oudste inwoner, namelijk Guilielmus (Willem) Van Renterghem. Op 8 december 1883, vierde hij zijn 102e verjaardag in goede gezondheid en woonde toen nog steeds de zondagmissen bij. Wanneer het weer het toeliet, stapte hij de naburige herberg binnen, om er een partijtje te (klaver)jassen.

Wanneer in 1884, de verkiezingen gehouden werden, zakte hij af naar Brugge waar hij als deken fungeerde van de Belgische kiezers. Als voorname christelijke inwoner, zag hij dit als een plicht en stelde groot belang in de verkiezingen. Het was ook de laatste keer dat deze kloeke grijsaard naar Brugge zou afzakken. De dappere oude man deinsde er niet voor terug om zoals hij verwoorde:’… de fameuze franc maçons bazen (vrijmetselaars), van de Kleine Vismarkt, een keer goed de klop te geven’.

Hij weet dus over wat er moet worden gepraat, van over de beeldstormers en klokke D..... Voegt er verder nog aan toe, dat de moortelbazen met hun kop vooruit in hun moortelbak voorgoed erin zouden terechtkomen.

N.B.Verder werd er een brief van Van Renterghem naar de krant gezonden, waarin vermoedelijk de redenen stonden geschreven over het waarom er bijeen gekomen werd. Welke deze brief juist was kon niet achterhaald worden, maar het zou kunnen dat dit alles te maken had met het werk van de vrijmetselarij dat tegen het katholieke geloof was besloten. Niemand zou voorzeker beschuldigingen uitten aan diegenen die de waarheid spraken.

Wat zei de liberale nochtans rechtvaardige Prins de Ligne (1804-1880) voor de vuist vlak in het gezicht van Pieter Van Humbeeck en van zijn moortelbroeders? Wat Prins de Ligne in 1879 toen voorzei, was het vanaf toen oorlog. Zijn woorden waren en bleven een onuitwisbare schandvlek op de ontvoogding van de geuzen van de Vismarkt:

"Wee aan een geslacht zonder godsdienst opgevoed!...Uw wet is een partijwet, een ongelukswet; 't is een oorlogsverklaring!.. Gij wilt het land verdelen in Welfen (partijnaam in de middeleeuwse Italiaanse geschiedenis) en Ghibellijnen (de partij van de 'Hohenstaufen' die de keizer aanhing, in tegenstelling tot de Welfen, de partij van de paus)! Gij geeft aan de vaders en moeders geen waarborg voor de opvoeding van hun kinderen, geen waarborg voor het godsdienstig onderwijs"!

De ontvoogding van het volksonderwijs was de schandelijkste slavernij, het hatelijkste juk dat ooit door de Vrije Belgen gedragen werd. De ontvoogdingswet van 1879 was de grootste fout die een regering in België bedreven had; het was een wet van oorlog, een wet van tranen en van bloed (bloedwet)! Getuige Heule...!

Het was een wet die twist en tweedracht zaaide, haat en onenigheid kweekte binnen de families der gemeenten en steden. Het was een wet die het land uitputte en op de rand van het failliet had gebracht. Dit was het werk van de vrijmetselarij...! Die voor niets achteruit deinsde, als het er op aan kwam God en zijn Kerk te vervolgen en Zielen aan de kerk te roven.

Wat hadden de liberalen zoal gedurende de zes jaar lang bewerkstelligd?:

Zij hadden honderden katholieke bedienden afgezet;
Zij hadden de gezant van de Paus uit ons katholieke land weggejaagd. Het goddeloze Frankrijk deed dit zelfs niet;
Kerkhoven werden geschonden en Geuzen die noch van God, och van Kerk waren tijdens hun leven, werden naast de katholieken begraven;
Zij ontnamen aan de kanunniken en professoren van de seminaries hun tantièmes;
Zij verplichten aan de seminaristen om soldatendienst te vervullen;
Dreven boeteprocessies terug in de kerken en verboden nog om klokken te luiden;
Schaften Te Deums af en de Naam Gods werd verbannen uit de troonreden;
Namen 225 katholieke fondaties, verbraken duizenden testamenten, miljoenen missen werden afgeschaft, die door onze overleden ouders en vrienden waren gevraagd;
Deden her en der de duivel aan de kerkfabrieken;
Wilden de hand leggen op de H. Bloedkapel;
Zaten achter het seminarie aan;

Vervolgden paters en nonnen dat het een schande was;een geuzenkrant uit Brussel 'La Chronique', gebruikte letterlijk deze woorden: 'Het liberalismus van het grootste aantal onzer hooggeplaatste mannen, bestaat alleen in papen te vreten en plaatsjes te bezorgen aan hun zonen, vrienden en kennissen’.

Levensloop Willem Van Renterghem

Willem Van Renterghem zag het levenslicht te Brugge in de Ezelstraat, tijdens het Oostenrijks keizerlijk tijdvak, op 9 december 1782. Op17-jarige leeftijd vestigde de jonge Willem zich voorgoed te Ruddervoorde en trad er in 1813 in het huwelijk met Marie De Meulenaere die afkomstig was uit Oostkamp.

Tijdens zijn jonge jaren werd er niet alleen door hem weerstand geboden tegen de willekeurige dwingelandij, verordeningen en wetten van Keizer Josephus II, maar ook door onze vele voorvaderen. Menigmaal liepen zij te wapen en stonden zij samen op met Brugge en andere steden, om de Oostenrijkers het land uit te jagen.

Hij kon zich heel goed herinneren met welke angst en vrees zijn kinderhart werd bevangen, wanneer zijn ouders de woelige gebeurtenissen van Frankrijk verwoordden. Alle gruweldaden die tijdens het schrikbewind werden gepleegd de afgelopen 100 jaar, waren onder Van Renterghems ogen gepleegd. Hij herinnerde zich de vervolgingen door Napoleon uitgewerkt tegen de Paus, de priesters, de kloosterlingen en de H. Kerk. Als man van het geloof en godsdienst was Willem een ferme voorstander van de rechten van het Vlaamse volk. Zonder omzien schandvlekte hij al wie durfde tegen de priesters en kloosterlingen uitvaren.

Zijn vaderlandsliefde klopte zich hevig in zijn hart en hij wist met genoegen de gebeurtenissen, de verlossing van België in 1830 met geuren en kleuren te vertellen. Wanneer de eeuweling destijds in alle schoonheid als deken der oudste kiezers van Belgie, naar Brugge afzakte, was het om als goede vaderlander, deftige katholieke en als ware Vlaming ons land te helpen ontrukken, aan de heilloze strekkingen der hedendaagse geuzen, die hij als vijanden van het land, vervolgers van de kerk en verdrukkers van het Vlaamse volk aanzag.

Godvruchtig en godvrezend als hij was, bracht hij zijn vijf kinderen groot in ere en deugd. In zijn huisgezin heerste er altijd liefde, eendracht, godsdienstigheid en godsvruchtigheid. Maar ook voor deze man sloeg het noodlot toe en was hij niet bezegeld met het eeuwige leven. In de nacht van 2(4) oktober 1888, overleed Willem Van Renterghem op de gezegende ouderdom van 105 jaar en 10 maanden aan een beroerte.

Duizenden bezoekers kwamen er een laatste groet brengen aan de oudste landzaat van België, om hem eerbied en achting te betuigen. Met enige bewondering waren zij getuige geweest met welke godvruchtigheid Willem bezield was. Hij bad bijna onophoudelijke onverpoosd zijn rozenhoedje, tot in de laatste stonden van zijn aardse leven. Hij vond er veel troost en genoegen in de Koningin van de Hemel, die hij loofde en aanriep, die hem weldra zelf zou opnemen in het onsterfelijke rijk, om er de kroon op te zetten.

Men zag hoe troostelijk zijn overgebleven zoon en dochter (drie van zijn kinderen waren ondertussen al overleden) van de overbekende ouderling de vele dankbetuigingen in ontvangst mocht nemen. Door iedereen werd hij rechtzinnig bemind. Zijn verlangen om er nog enkele jaren erbij te mogen doen werd door de Almachtige anders beslist. God riep hem tot zich, om hem te vervoegen tot het eeuwigdurende verblijf en hem het loon te geven voor al het goede en deugden dat hij gedaan had, tijdens zijn langdurig verblijf op aarde.

Willem Van Renterghem in het bijzijn van vijf hoogbejaarde Bruggelingen in 1888: Foto: Photografie C. De Trez en Cie, Mariatraat, 14 Brugge.
Willem Van Renterghem kreeg in het jaar van zijn overlijden het bezoek van vijf hoogbejaarde
Bruggelingen. Foto: Photografie C. De Trez en Cie, Mariatraat, 14 Brugge.
Verzameling Noël De Mey

Bezoek

In het jaar van zijn overlijden ontving de toen hoogbejaarde Van Renterghem, het bezoek van eveneens vijf hoogbejaarde Bruggelingen en oude kennissen, voornamelijk: ‘ De 89-jarige Sorel, de 88-jarige D’Hondt, de 87-jarige Callewaert, de 86-jarige Ameye en de 83-jarige De Brauwere. Als men de optelsom maakte met de ouderdom van Van Renterghem erbij komt men aan een gezamenlijk jaartal van 539 jaar, dat als het ware een echt gezin van Patriarchen van het Oud Testament was!

Toen Guilielmus overleed, waren er in West-Vlaanderen destijds nog vier honderdjarigen in leven, te weten:

De gewezen dienstmeid van pastoor Rysman (Poperinge), Victoria Balan. Zij werd te Lendelede geboren op 26 september 1786 en vierde haar jubileum in het ouderlingentehuis van Kortrijk op 3 maart 1887.

Martha Delvique, die te Doornik werd geboren op 4 augustus 1785 en haar jubileum vierde in het ouderlingentehuis van Moeskroen op 4 augustus 1887.

Prudentia Ooghe, weduwe van Ivo De Volder, vrouw van Carolus De Cock, gekend als Karel Mahieu, werd te Woumen geboren op 17 november 1787.

Vervolgens Justina De Clercq (Zuster Bonaventura bij de Zusters van Liefde, te Gent), geboren te Menen op 23 augustus 1788, geprofetest op 25 juni 1812 en haar jubileum gevierd op 25 augustus 1888.


Guido Gezelle schreef ooit een gedicht ter ere van de honderdjarige gewezen schoenmaker Guilielmus Van Renterghem

Den achtbaren Willem Van Renterghem
Gewezen schoenmaker,
Geboren te Brugge den 9de november 1782
en vierende
Zijnen honderste verjaardag den….december 1882

Een honderdjarig man te zien, is het wonder
dat zeldens voorenvalt, ook onder
den zoelen hemel van ons vaderland;
toch is er hierof daar temets nog een te melden,
die, vromer als de vroomste helden,
spijts al dat tegenwilt, houdt steke en stand.

Zoo zijt gij een, Eerweerde, meer als man en vader,
en, treden wij vandage u nader,
het is met eene zoo groote eerbiedigheid
alsof wij Abraham, alsof wij Noë mochten
bezoeken gaan, of hem bezochten
dien God heeft eerst het leven toegezeid!

Ha, ver van ons is al de kracht die hem vervroomde,
dien eersten mensch, die Adam noemde;
ha, ver van ons, zijn deerlijk nageslacht!
En blijde is iedereen die mag in U bemerken
de almachtigheid van Hem, den Sterken,
die Bronne en Gever van alle kracht!

Gedankt zij God, die ons, in uwe honderd jaren,
Eerweerde, wilde een voorbeeld sparen,
hoe dat het waar gegaan, had zijn gebod,
g’eerbiedigd en bewaard, aan allen kracht gegeven
om langer nog als Gij te leven
en zonder sterven weer te gaan bij God!

Gelukkig kwam daar Een, Hij, God en Mensch te gader,
het neergevallen menschdom nader,
die Adams schuld, op He, aan ‘tKruis verhief;
die, stervend, daar hij lag op ’t harte kruishoutbedde
ons altemaal de vrijheid redde,
en scheurde in twee’n den ouden schuldenbrief.

Door Hem is ‘t, Weerde Man, aan U en ons gegeven,
’t zij honderd jaar ’t zij een, te leven
dat leven dat voor eeuwig duren moet;
en komen wij of Gij, getrouw aan Hem, te sterven,
geen sterven is ’t maar ’t leven erven,
dat, jong en oud, in Hem, de christen doet!

Leef voort, ’n sterf nog niet, Eerweerde, en moet Gij lijden,
of mengt Gij U, met ons, verblijden,
gelijk op dezen dag, nog menig jaar,
in Hem zij onze vriend, zij ons verdriet geborgen,
die ons alleen kan troost bezorgen
in ’t land daar wij naartoe gaan al te gaâr!


Bronnen:
Gazette van Brugge: maandag 7 januari 1884, donderdag 5 en zaterdag 7 juni 1884, woensdag 24, zaterdag 27 en maandag 29 oktober 1888. Rond den Heerd: 15 november 1888 en 24 december 1882
Noël De Mey
© SABAM 2008

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen