zondag 11 januari 2009

Anselmus Boëtius de Boodt 1552-1632

Laatste update: 28-10-2013
Een beroemde Brugse delfstofdeskundige



Delfstofkundige Anselmus Boëtus de Boodt 1552-1632
Anselmus Boëtus de Boodt
1552-1632
Op 20 november 1932, werd te Brugge ooit plechtig de 300ste verjaardag herdacht van het overlijden van Vlaanderen’s grootste delfstofkundige Anselmus Boëtius de Boodt.

Anselmus, die in 1552 ter wereld kwam, was een Brugs edelman en raadsheer in zijn geboortestad, maar vertrok bij het uitbreken van de godsdienstoorlogen naar het buitenland. Niemand zal er ooit aan gedacht hebben dat ze ook op gebied der Mineralogie eens als de eerste en de flinkste behoorden.

Te Heidelberg studeerde hij geneeskunde, om dan via Bazel, Italië te bereiken. Het was in de universiteit van Padua dat de Boodt de doctortitel verleend werd.

De stad Brugge zond hem als zaakgelastigde naar het Keizerlijk Hof te Praag, waar hij zeer snel de aandacht kreeg van Keizer Rudolf II (1552-1612). De Keizer benoemde Anselmus tot zijn lijfarts.

Op deze manier vertrouwde de Vorst, zijn verzameling edelstenen aan hem toe. Dit leidde op zijn beurt in 1609 naar het standaardwerk van de Boodt, ‘Gemmarum et Lapidum Historia. Het was zijn eerste groot geschreven werk over mineralogie. Ruim meer dan een eeuw stond voornoemd werk ver boven andere en latere verschenen soortgelijke werken uit. Professor F.M. Jeager, beschreef uitvoerig in het chemische weekblad van 25 mei 1918, de verdiensten van Anselmus.

Op 21 september 1932, ter gelegenheid van het congres der ‘Deutsche Mineralogische Geselschaft’, hield J.E. Hiller een redevoering, waarin de buitengewone geestesgaven van de Boodt hoog werden genoemd. De Brugse geleerde wist zich ook als kunstenaar herhaaldelijk te onderscheiden. Vervolgens schreef hij verzen en muziek. Greep naar het penseel, om planten en dieren in hun natuurlijke omgeving, zo goed als mogelijk en vrij naar leven, weer te geven.

Pas na de dood van Keizer Rudolf II, keerde de Boodt naar Brugge terug. Van 1612 tot in het jaar van zijn overlijden, 1962 leefde hij verder rustig in zijn geboortestad, waar hij zeer hoog in aanzien stond. Het register van de St.-Walburgaparochie vermeldt als datum van zijn afsterven, de 22 juni 1632. Begraven werd hij, in de O.L.Vrouwe kerk. Dit in de kapel van zijn familie. Het jammere was, dat deze kapel in 1786, herschapen werd in een kerkportaal. Ook het grafschrift en het schilderij van Jakob van Oost, waar het op vermeld stond zijn verdwenen. De tekst herkende men uit handschriften, waarop zijn sterftedatum ingevuld stond.

Het is ook dezelfde kerk, die een drieluik bevat van Anselmus de Boodt, door zichzelf geschonken. Hij was immers de vader van onze grootte geleerde. Dit drieluik waarvan sprake, bevat als middenstuk een werk van Geerard David (1460-1523), die de Transfiguratie voorstelt. De meesterlijke zijluiken dateren uit 1573 en zijn van Pourbus. Zij tonen de vader, Anselmus de Boodt voor en zijn echtgenote Johanna Voet, met hun zonen en dochters. Dus bezit men de beeltenis van de Boodt’s zijn ouders en van zichzelf, dat een merkwaardig jeugdportret is.

Ook kan men het huis in Brugge terugvinden van de grootmeester. Het werd ooit door het stadsbestuur hersteld. Het huis had zijn inplanting in de Ridderstraat nr. 15. Het was gemakkelijk te herkennen, want het was het enige huis dat destijds niet gemoderniseerd was.

Men vindt her en der in Brugge, grafschriften der familie de Boodt, tot zelfs in de hoofdkerk te Antwerpen, waar een grafkelder bevindt, dat aan het edele geslacht toebehoort. De laatste mannelijke telg van de Boodt, stierf in de 18e eeuw en werd begraven in de kerk ter Potterie.

Bron:
Dr. Antoon de Saedeleer, Assebroek
Noël De Mey
© SABAM 2008

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen